Interviews

“Module D helpt staalsector te vergroenen”

Frank Maatje, directeur Bouwen met Staal

Op weg naar groen staal: een complexe maar mooie uitdaging

Nederland en de staalindustrie hebben een duidelijke ambitie: staal produceren met een zo laag mogelijke CO2-uitstoot, zonder de strategische waarde van staal voor bouw, industrie, mobiliteit en energietransitie te verliezen. Die ambitie vraagt om twee sporen tegelijk: de productie van primair staal moet vergaand worden verduurzaamd én bestaand staal moet zo hoogwaardig mogelijk worden hergebruikt en gerecycled. En op beide sporen wordt al indrukwekkende vooruitgang geboekt.

“De waardering voor de toekomstige herbruikbaarheid van het materiaal past onmiskenbaar bij de unieke eigenschappen van staal én helpt de staalsector om te vergroenen”

De belangrijkste route voor de verduurzaming in Nederland is het Groen Staal-plan van Tata Steel in IJmuiden. Daarin wordt de klassieke route via hoogoven en Basic Oxygen Furnace (BOF), waarbij kolen en ijzererts centraal staan, stap voor stap vervangen door een proces met Direct Reduced Iron (DRI) en een Electric Arc Furnace (EAF). Daarmee kan Tata Steel meer schroot inzetten, minder kolen gebruiken en de CO2-uitstoot per ton staal fors verlagen. Vandaag ligt de uitstoot van conventioneel geproduceerd staal nog rond de 2.000 kilo CO2 per ton staal. Met de overstap naar de EAF-route, gevoed door steeds duurzamere energie en op termijn waterstof of biomethaan, kan die uitstoot dalen richting ongeveer 400 kilo CO2 per ton staal: een verlaging van zo’n 80%. Ook de inzet van staalschrot neemt fors toe, van circa 17% nu naar meer dan 30% na 2030.

KDM vroeg Frank Maatje, directeur van Bouwen met Staal, om de transitie toe te lichten en in te gaan op hergebruik en de rol van Module D in de milieuberekeningen van staal. “De waardering voor de toekomstige herbruikbaarheid van het materiaal past onmiskenbaar bij de unieke eigenschappen van staal én helpt de staalsector om te vergroenen,” aldus Maatje.

Bij de milieuberekening van een bouwproduct wordt naar de hele levenscyclus gekeken: Module A voor productie en bouw, Module B voor gebruik, Module C voor sloop en afdanken, en Module D voor hergebruik en recycling. De belangrijke milieuvoordelen van staalrecycling ten opzichte van andere materialen worden dus vooral in Module D zichtbaar.

Hoe werkt dat precies? Startpunt is het percentage materiaal dat na de afvalfase overblijft om nuttig te worden toegepast. Vervolgens wordt bepaald welk deel daarvan kan worden ingezet voor de nieuwe kwaliteit of functionaliteit: de K-factor. Restmateriaal maal K-factor levert de hoeveelheid materiaal op die ‘virgin’ materiaal kan vervangen. De milieuwinst die daaruit voortvloeit, wordt in mindering gebracht op de totale milieu-impact.

Een voorbeeld: voor de productie van 1.000 kilo staal komt 2.000 kilo CO2 vrij. Het hergebruik van een stalen balk uit een gebouw bespaart 300 kilo CO2-uitstoot. Door die besparing in Module D mee te nemen, scoort een hergebruikte balk 300 kilo lager dan een balk van nieuw staal. Een tweede keer hergebruik levert opnieuw 300 kilo winst op. Dit sluit mooi aan bij de systematiek van de zogenoemde R-ladder.

Klimaatimpact naar de toekomst verlegd
Uit onderzoek van TNO blijkt dat Module D voor staal een significant verschil kan maken in de milieu-impact — voor andere materialen zijn de mogelijkheden veel beperkter. Er klinken ook kritische geluiden over Module D, met name over de verwachte milieuwinst in de toekomst: wordt een stalen balk over honderd jaar echt hergebruikt of gerecycled? Maatje herkent dat die onderbouwing lastiger en onzekerder is. “Tegelijkertijd doe je staal tekort wanneer compleet voorbij wordt gegaan aan het toekomstige hergebruik of de recycling van het materiaal.”

Staal is milieuvriendelijk, maar nog niet in de beeldvorming
Staal concurreert als bouwmateriaal met andere materialen, en Maatje vindt dat het milieu-imago van staal wordt onderschat ten opzichte van bijvoorbeeld hout. “In de beeldvorming is dat veel duurzamer dan staal. Het is natuurlijk, groeit vanzelf en slaat CO2 op,” somt hij op — al is dat laatste alleen waar zolang hout niet sneller wordt gekapt dan het groeit. Waar het volgens hem echt om gaat, is dat er complete en correcte rekensommen worden gemaakt van de milieu-impact van alle materialen. “Bij milieuberekeningen scoort de productie van primair staal nog een hoge milieu-impact.” Nieuwe productiemethoden, hergebruik en recycling verlagen die impact significant. “Als we de circulaire potentie van staal, wat het materiaal écht in zich heeft, verder over de bühne kunnen brengen, verandert de beeldvorming van staal ten goede.”

“Je doet staal tekort wanneer compleet voorbij wordt gegaan aan het toekomstige hergebruik of de recycling van het materiaal.”

Module D cruciaal in de transitiefase
Zolang primair staal nog een relatief hoge klimaatimpact heeft, is Module D nodig om staal eerlijk te vergelijken met andere bouwmaterialen. Staal heeft immers een grote circulaire waarde: het kan hoogwaardig worden hergebruikt en gerecycled, en die toekomstige milieuwinst is reëel. Naarmate de EAF-route werkelijkheid wordt en de directe milieubelasting van staal daalt, neemt het relatieve belang van Module D vanzelf af.
De conclusie is dus genuanceerd: Module D blijft tot ongeveer 2030-2035 cruciaal om de circulaire waarde van staal zichtbaar te maken. Op langere termijn, wanneer groen staal de norm is, wordt Module D minder bepalend. Juist daarom is het belangrijk dat het Groen Staal-project van Tata Steel zo snel mogelijk wordt afgerond: dan laat Nederland zien dat hoogwaardige industriële productie en klimaatdoelen samen kunnen gaan.

Gerecycled staal bestaat al volop en neemt nog toe
Vandaag de dag is al 40% van al het staal gemaakt van gerecycled materiaal. Bij gelijkblijvend gebruik verandert die verhouding van 40/60 nu naar 90/10 in de toekomst, met als scenario dat er in 2070 vrijwel geen primair staal meer nodig is. De stalen balken die in de bouw worden toegepast, zijn nu al nagenoeg voor 100% gemaakt van gerecycled materiaal. “Voor dat type staal is feitelijk nu al geen Module D meer nodig,” vindt Maatje.

“De stalen balken die in de bouw worden toegepast zijn nagenoeg voor 100% gemaakt van gerecycled materiaal.”

Prijs blijft aandachtspunt, maar de milieuwinst is groot
Volledig gerecycled staal geproduceerd met een elektrische oven (DRI-EAF) op groene stroom is al verkrijgbaar maar kost op dit moment circa 5% extra. De milieuscore is echter fors beter dan die van “nieuw” staal via DRI-EAF op gas: 300 tegenover 1.200 kilo CO2 per ton staal— 75% winst. “Tot op heden is de prijs nog een belemmering, ongeacht de milieuvoordelen,” aldus Maatje.

Bouwakkoord Staal en afspraken met de overheid
Met de branche is jaren hard gewerkt aan het Bouwakkoord Staal, met afspraken om de sector schoner en groener te maken. Jacqueline Cramer begeleidde dit traject, net als eerder bij beton, waarna beide akkoorden zijn samengevoegd. Dat zorgt volgens Maatje voor meer vertrouwen in politiek Den Haag.
Ook met de overheid worden concrete stappen gezet. Maatje is optimistisch over afspraken met het ministerie van IenW voor het gebruik van groen staal, bijvoorbeeld bij damwanden. “Dat ziet er hoopvol uit. Ook met andere ministeries zijn we in gesprek.” Met het Rijksvastgoedbedrijf is een minimumpercentage gerecycled metaal in bouwwerken afgesproken, en ook aannemers werken steeds meer met hergebruik.

Potentie van circulariteit
Maatje benadrukt dat al in de ontwerpfase moet worden nagedacht over hergebruik. “Ontwerpers en bouwers moeten veel meer aandacht besteden aan losmaakbaarheid. Staal leent zich uitstekend voor demontabel en remontabel bouwen.” De eerste voorbeelden zijn er al: de tijdelijke rechtbank in Amsterdam die in Enschede is herbouwd, en een parkeergarage in Utrecht van hergebruikt staal. De website hergebruik-staal.nl toont een groeiend aantal van dit soort voorbeelden. “Wanneer we meer laten zien dat het kan, geven we bouwen met staal écht een stimulans.”

Dit artikel werd gepubliceerd in augustus 2026.