Interviews

Jip van Grinsven en Jim Teunizen, Alba Concepts en Martijn Veerman, Alkondor

Foto: Sander van der Torren. Op de foto vanaf links: Jip van Grinsven, Jim Teunizen en Martijn Veerman.

"Materialen en producten hebben juist een waarde aan het einde van de levensduur"

Om een doorbraak te bereiken op weg naar een circulaire economie is een duidelijke richting nodig hoe de huidige economische systemen worden doorbroken. De economische principes rondom circulariteit voeren in de huidige transitie veelal nog de ondertoon. Het gaat vooral om de techniek en het proces, terwijl de financiën daarin slechts een resultaat zijn van eerdere keuzes. Maar juist financiële afwegingen kunnen in de bouw- en maakindustrie zorgen voor de business cases die de circulaire economie een boost gaan geven. 

Met het onderzoek ‘Normering financiële waardebepaling’ en het daaruit voortgevloeide Rekenmodel restwaarde wordt het effect van circulaire keuzes op de business case inzichtelijk. Tot op heden ontbrak een dergelijke methode om de financiële restwaarde van bouwproducten en kapitaalgoederen vast te stellen. Het onderzoek en het rekenmodel werden door Alba Concepts in opdracht van Koninklijke Metaalunie, FME en het ministerie van Economische Zaken uitgevoerd en ontwikkeld. In januari 2023 ging Metaal + Techniek in gesprek met Alba Concepts en Metaalunie-lid Alkondor over dit nieuwe rekenmodel.

“We zitten midden in de circulaire transitie”

vertelt Jip van Grinsven, consultant bij Alba Concepts. ‘Het thema wordt nu vooral op het technisch vlak ingestoken. Bijvoorbeeld hoe kunnen materialen en producten gekozen worden met een lage milieu-impact. Maar ook de economische kant is erg belangrijk: als je je business case niet rond kan maken in die circulaire economie dan zal een ondernemer er niet aan beginnen. Daardoor is de vraag ontstaan om een bepalingsmethode te ontwikkelen voor de maak- en bouwindustrie die de financiële restwaarde van producten kan bepalen.

Materialen en producten worden vaak als afval gezien. Maar ze hebben juist een waarde aan het einde van de levensduur en dat is de financiële restwaarde. Het geeft indirect een motivatie om een product daadwerkelijk te hergebruiken aan het einde van de levensduur. Voor hergebruikte producten zijn er nu te weinig transacties om bijvoorbeeld duidelijk te bepalen wat de hergebruikwaarde is van bijvoorbeeld een kozijn De tool is een theoretische manier om de hergebruikwaarde te berekenen. Volgens Van Grinsven is het uiteindelijke doel van het rekenmodel dat de theoretisch financiële restwaarde van producten uiteindelijk wordt vervangen door de reële marktwaarde.

“Materialen en producten (..) hebben juist een waarde aan het einde van de levensduur en dat is de financiële restwaarde.”

Verdienmodellen
‘Er is een aantal belemmeringen waardoor die circulaire economie niet helemaal loskomt en dat komt door economische aspecten. Wat van belang is, een van de redenen dat de tool is ontwikkeld, dat ook nagedacht moet worden over andere circulaire verdienmodellen voor de sector’, zegt Jim Teunizen, directeur/eigenaar Alba Concepts. Nadenken over andere circulaire verdienmodellen doen ze al een tijdje bij Metaalunielid Alkondor bv uit Hengelo. Het bedrijf engineert, ontwikkelt en monteert gevels volledig in eigen beheer en doet dat in steeds grotere mate met een circulaire insteek. ‘Wij bekijken al langere tijd of de gevel zich leent voor de verandering van bezit naar gebruik. Dus dat de eigenaar of huurder van een pand daarvoor betaalt in plaats van dat het onderdeel is van het gebouw’, vertelt Martijn Veerman, specialist circulaire gevels bij Alkondor. Daar volgen zo zegt hij wel ingewikkelde juridische thema’s uit:

‘Maar we onderzoeken het wel met als uiteindelijke doel ons product beter te maken en zo dat circulariteit een intrinsieke motivatie wordt. En het zet ons aan om na te denken over de eerste loop na 20, 30 jaar. Maar ook over het eenvoudiger doorvoeren van functieveranderingen. Dat businessmodel is compleet anders. Dat gaat over het levensvatbaar maken van vastgoed voor een langere tijd in plaats van het na 25 jaar te renoveren. Dat businessmodel willen we onderzoeken met behulp van het onderzoek en de tool. Financiering is het grootste struikelblok. Wij liepen er tegenaan dat bij het bepalen van die restwaarde, een bedrijf dat zelf wel kan doen maar dat is als een slager die zijn eigen vlees keurt. Banken gebruiken taxateurs die werken met andere lineaire rekenmodellen. Zelfs bij een dergelijke (gevalideerde) tool dan is het de vraag of er mee gerekend mag worden. Daarom is een breed gedragen tool zo noodzakelijk, ook door de financiële- en vastgoedindustrie.’

“"Wij liepen er tegenaan dat bij het bepalen van die restwaarde, een bedrijf dat zelf wel kan doen maar dat is als een slager die zijn eigen vlees keurt."”

Martijn Veerman, specialist circulaire gevels bij Alkondor

Hergebruikwaarde

‘Het rekenmodel kijkt naar wat de waarde van een product is, in dit geval een aluminium gevelelement, en vermindert dit met een aantal correctiefactoren waaronder de kwaliteitsreductie’, zegt Van Grinsven. ‘Gedurende een gebruiksperiode reduceert natuurlijk de kwaliteit. Het rekenmodel kijkt enerzijds naar de kwaliteitsreductie maar ook naar andere correctiefactoren zoals transportkosten, opslagkosten, demontagekosten en reviseerkosten. Uiteindelijk komt daar onderaan de streep de hergebruikwaarde uit. Dus als je een product, zoals een kozijn of een gevel, gaat hergebruiken, welke waarde heeft het dan? We hebben het model in de eerste fase op een tiental producten getest. Wij zijn het nu verder aan het uittesten op meer producten. Voorbeelden van producten zijn nu bijvoorbeeld zonnepanelen of, meer op de maakindustrie gericht, palletiseermachines. De maakindustrie en de bouw hebben veel met elkaar gemeen, maar soms zijn andere uitgangspunten nodig. Maar het model is hetzelfde.’

Circulaire principes
‘Met het rekenmodel kun je onderbouwen dat je product voldoet aan de circulaire principes als lange levensduur en uiteindelijk minder grondstofverspilling’, vult Veerman aan. ‘Als je kijkt naar een financieel model en je rekent het door dan zie je op een gegeven moment dat je voor businessmodellen financiering nodig hebt. Daar moet je rente en aflossingen over betalen in bijvoorbeeld As a servicemodellen waarbij eigenaarschap bij de producent komt te liggen. Je hebt aan het begin lasten, maar op een gegeven moment kom je daar uit. En dan ga je financieel gezien waarde creëren. Alleen wil je dat voordeel niet na 30 jaar hebben maar naar de voorkant halen. En daar kan de restwaarde mogelijk bij helpen.’

Onderhoudsplanning
Volgens Teunizen moet eigenlijk in de huishoudboekjes van vastgoedpartijen de economische aspecten van circulariteit geborgd worden. ‘Wanneer je het ergens vastlegt, moet je het ook waarmaken en ermee aan de slag gaan. Neem bijvoorbeeld de financiële restwaarde op in je meerjaren onderhoudsplanningen. Op het moment dat een dakbedekking wordt vervangen bij planmatig onderhoud, dan zitten de sloopkosten al in het onderhoudskerngetal. Als je negatieve kosten opneemt in je meerjaren onderhoudsplanning, namelijk financiële restwaarde, moet je daarover gaan nadenken en afspraken over gaan maken. Dat kun je ook voor metaalproducten doen. Het mooie is dat een financiële restwaarde ook een langere klantrelatie garandeert. Iets dat voor veel familiebedrijven, voor een groot deel de achterban van Metaalunie, een rol speelt. Dat soort bedrijven kijkt veel meer naar de langere termijn.’

“Het mooie is dat een financiële restwaarde ook een langere klantrelatie garandeert.”

Vervolgstappen
De komende periode staat in het teken van het vergroten van de betrouwbaarheid van het rekenmodel door het uitvoeren van meer casussen verspreid over verschillende productcategorieën. Teunizen: ‘Hiermee creëren wij meer data, een hogere betrouwbaarheid en daarmee meer draagvlak bij partijen die met financiële restwaarde kunnen en willen rekenen in projecten of de eigen bedrijfsvoering. Het moet geharmoniseerd worden en vanuit de opdrachtgevers, de drie betrokken partijen hebben de intentie om dit als markt leidend te laten zijn. Je moet daarvoor een aantal partijen op een lijn zien te krijgen, daar zit wel beweging in.’ Zowel Van Grinsven als Teunizen zien voor de acceptatie van het rekenmodel een belangrijke rol voor de banken weggelegd. ‘Wij vragen aan de Nederlandse Vereniging van Banken, de Nederlandse Bank en de Europese Centrale Bank om deze methodiek te adopteren en daarmee de weg naar een circulaire economie aan te jagen!’

Dit artikel werd in januari 2023 gepubliceerd in Metaal + Techniek, vakblad voor het MKB-metaal en tevens het officiële orgaan van Koninklijke Metaalunie.